De blokkades in de Straat van Hormuz maken opnieuw duidelijk hoe afhankelijk Europa is op het vlak van energie. Maar ook in onze voeding kunnen we niet voorzien zonder de import van grondstoffen. Als we ons willen wapenen voor de toekomst, moeten we onze visie op voedsel en landbouw fundamenteel herzien. China heeft van alternatieve eiwitten een strategische prioriteit gemaakt. Rolt Europa ook de mouwen op?
Import van veevoer
Europa en België zijn kwetsbaar op het vlak van voeding. De Europese Unie importeert jaarlijks bijna dertig miljoen ton soja, die bijna uitsluitend bestemd is als veevoer. Daarvan is 41 % afkomstig uit de Verenigde Staten. Met een jaarlijks verbruik van 700.000 ton sojaschroot is ook de Belgische veeteelt enorm afhankelijk van het buitenland, wat zich vertaalt in een zware geëxternaliseerde landvoetafdruk. Om de veeteelt in een kleine regio als Vlaanderen te ondersteunen, wordt in het buitenland een oppervlakte ingezet die een kwart groter is dan al onze eigen landbouwgrond samen.
Inefficiënt model
Dat model is bovendien erg inefficiënt: hoewel de veeteelt 80 % van de wereldwijde landbouwgrond in beslag neemt, levert ze slechts 17 % van de calorieën. De sleutel ligt in het heroverwegen van de rol voor dierlijke en plantaardige eiwitten in ons voedselsysteem. Er is een stevige stimulans nodig voor de productie van lokale eiwitten en de plantaardige sector, gecombineerd met een shift in onze manier van eten.
Tekort aan kunstmest
Het vergroten van het aandeel plantaardige eiwitten wapent ons ook tegen het dreigende tekort aan kunstmest. Peulvruchten blinken bijvoorbeeld niet alleen uit als gezonde eiwitbron, ze kunnen ook stikstof uit de lucht onttrekken en vastleggen en hebben minder kunstmest nodig dan andere gewassen.
Maatschappelijk draagvlak
Er is ook maatschappelijk draagvlak voor. Uit een recente Ivox-studie van ProVeg en Groupe Bel blijkt dat drie op de vijf Belgen onze voedselafhankelijkheid van niet-Europese landen wil verminderen. Bovendien is bijna vier op de tien Belgen voorstander van een vermindering van de industriële veeteelt, zeker wanneer boeren actief geholpen worden bij de overstap naar plantaardige gewassen.
Eiwitconsumptie beperken
Het eerste wat we kunnen doen is onze eiwitconsumptie beperken. Onze huidige inname bedraagt gemiddeld 1,25 g per kilo lichaamsgewicht, terwijl de EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid) slechts 0,83 g/kg aanbeveelt. Een eenvoudige vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten kan dus al voor een beter evenwicht zorgen.
Eiwitbronnen diversifiëren
Het is ook belangrijk om te diversifiëren en het gamma uit te breiden naar plantaardige eiwitten in al hun vormen: van peulvruchten tot plantaardige burgers en tofu, tot de meer innovatieve eiwitbronnen, zoals precisiefermentatie of microalgen.

Belgisch eiwitplan
Om dat te bereiken, moeten we de krachten bundelen. Meer dan honderd organisaties hebben op initiatief van ProVeg en Bond Beter Leefmilieu hun steun uitgesproken voor een Belgisch eiwitplan. Deze landbouworganisaties, supermarkten, onderzoeksinstellingen, steden en bedrijven vragen om beleidsmaatregelen die boeren in staat stellen hun productie te diversifiëren, maar ook om innovatie in de sector te stimuleren en meer rekening te houden met de consument, bijvoorbeeld door te werken aan voedingsomgevingen. Ze pleiten ook voor een betere meting en meer coördinatie op Belgisch niveau. De uitdagingen, net als de kansen, zijn heel reëel, zowel in Vlaanderen als in Wallonië.
Oproep
We moeten voorkomen dat onze kwetsbaarheid uitmondt in een ware voedselcrisis. Laat ons vandaag al strategisch inzetten op een gediversifieerde en duurzame eiwitproductie, met onze landbouwers en lokale voedingsbedrijven als hoofdrolspelers.
Geschreven door Nicolas Vamvas Ferrandez (beleidsmedewerker ProVeg Belgium), met de steun van Karolien Byttebier (beleidsmedewerker BBL), prof. Océane Duluins en prof. Philippe Baret van de Katholieke Universiteit van Louvain-la-neuve.
