Koeien eruit, soja erin! Broers Bart en Tom Grobben groeiden op tussen de melkkoeien. Nu verbouwen ze soja op Twentse grond, voor plantaardige yoghurt.
Broers Bart (36) en Tom (33) groeiden op op het melkveebedrijf van hun ouders. Al meer dan 5 generaties is de Twentse boerderij in handen van de familie Grobben. Was het voor hen als jonge jochies vanzelfsprekend om later door te gaan met het leven tussen de koeien?
Dat was zeker niet de enige optie, vertelt Tom. ‘Onze ouders waren heel open. Toen we 16 waren, zaten ze al met ons om de keukentafel om te praten over de toekomst van het bedrijf. “Bedenk goed waar je aan begint als je in deze tijd een melkveehouderij overneemt,” zeiden ze.
Ze hebben ons ook zeker gestimuleerd om buiten het boerenleven te kijken. Ook al was het hun wens dat het bedrijf zou voortgezet worden, we hebben nooit de druk gevoeld om het bedrijf over te moeten nemen.’

De opmars van de havermelkcappu
De broers gingen allebei studeren in de grote stad, maar met de boerderij in Twente altijd in hun achterhoofd. Tom koos Management Economics & Consumer Studies in Wageningen, met een focus op consumentenwetenschappen en vond later een baan in Utrecht. Bart ging naar Amsterdam voor een studie politicologie.
Tom: “Wonend in de Randstad zagen we de opkomst van de havermelk-cappuccino en plantaardige restaurants. Dit heeft ons extra aan het denken gezet over de toekomst van het melkveebedrijf. Ook leerden we steeds meer wat de impact is van het eten van zuivelproducten en vlees op onze aardbol. Dat dit overdadig was, werd ons wel heel duidelijk. Het is dan een gave gedachte dat je iets positiefs kunt bijdragen met een familiebedrijf, door het anders te gaan doen.”
Ver van huis
De beide broers besloten tijdens hun studietijd al dat de boerderij toch echt hun roeping was. Meer koeien houden was uiteindelijk een no-go, maar het bedrijf moest wel rendabel zijn voor twee personen. Zo ontstond het idee om een zijtak op te zetten náást het houden van koeien. “Bruggenbouwers zijn tussen de overtuigde vegans en mensen die heel bewust vlees en melk willen drinken, dat wilden we. Zo kwamen we uit bij het maken van plantaardige alternatieven.”
Er wrong iets: veel plantaardige producten kwamen uit het buitenland.
Maar daar wrong ook iets: een groot deel van het plantaardige assortiment dat beschikbaar was in Nederland kwam uit het buitenland. Havermelk en kokosvet-kaas, met toeleveringsketens van over de hele wereld. Dat moest toch anders kunnen. “Hoe gaaf zou het zijn als de boeren in Nederland een graantje konden meepikken van die verschuiving naar plantaardig? Als we zelf, van boon tot bord, een alternatief konden produceren?”
Zo begonnen ze, met 400 vierkante meter aan soja naast een wei met koeien, en het plan om zelf sojamelk te maken. Lukte het niet, dan konden ze de soja altijd aan de koeien voeren.

Laat die jongens maar mooi knooi’n
De boeren in de omgeving keken met veel interesse naar wat de broers deden, maar, denkt Tom, ze zullen ook hebben gedacht ‘“Laat die jongens maar mooi knooi’n”. “Dat snap ik ook wel”, zegt Tom. “We hebben er veel energie in gestopt zonder dat het veel opleverde op financieel vlak. Dat is vaak het geval bij pionierende boeren. We ontvingen tijdens het hele experimentatie-proces veel positieve, maar ook zeker negatieve reacties van anderen. Ik denk dat dat vooral voortkwam uit een angst dat de soja zuivel ten koste zou gaan van hun melk-business.”
In het begin was het telen van soja geen makkie. “Sojateelt is risicovoller dan het verbouwen van maïs of gras, zeker in het Nederlandse klimaat. We zijn van oudsher melkveehouders, het bedrijf stond op zandgrond. Niet de makkelijkste grond voor gewassen. Maar het lukte. Binnen no time stond er een artikel over ons in NRC. Ons verhaal werd omarmd. Dit heeft ons ontzettend gemotiveerd om door te blijven gaan als De Nieuwe Melkboer. We brachten soms meer dan 12 uur per dag in een donker fabrieks-halletje door voor een paar honderd liter sojamelk. Niet altijd leuk, maar hierdoor konden we wel goed testen of er behoefte was naar onze producten. Langzamerhand, gingen we echt geloven dat de eiwittransitie toekomst biedt voor de Nederlandse boer.”

Van boon tot yoghurt
Het was een proces van vallen en opstaan, vertelt Tom. “Alleen al in Twente heb je minstens 20 bedrijven die je kunnen helpen met al je problemen als het gaat om het houden van koeien. Maar in zo’n jonge tak van sport als de sojateelt was die kennis er nog niet. We hebben heel veel geleerd door zelf te proberen. Zo hebben we bijv. met hulp van een YouTube-filmpje onze eerste batch sojamelk gemaakt.”
Nul kennis hadden we. Maar met hulp van een YouTube-filmpje is het ons gelukt de eerste batch sojamelk te maken. Van echte Nedersoja.”
Kort gezegd ziet dat hele proces er zo uit: De sojabonen halen we van het land, die weken we in water, de boon trekt zich vol vocht en de geweekte bonen malen we tot een sojaslurrie. We scheiden de dunne en de dikke massa van elkaar. De dunne massa wordt melk. Het dikke deel, veelal vezels (ookwel okara), gebruiken we om in de yoghurt te verwerken, door een uniek maalproces toe te passen. Dit heeft als voordeel dat we geen reststroom hebben, body geven aan de yoghurt zonder dat we pectines hoeven toe te voegen en onze yoghurt zit boordevol vezels.
Het maken van sojayoghurt gaat eigenlijk hetzelfde als het maken van yoghurt van koemelk. Je verhit je sojamelk, pasteuriseert hem en voegt een cultuur toe na afkoelen. Na ongeveer 12 uur heb je yoghurt!’

Een lege stal
In 2022 ging het zó goed dat Bart en Tom besloten volledig over te gaan op soja. Ze doopten het bedrijf om tot De Nieuwe Melkboer. Binnen een 1,5 jaar hebben ze de koeien verkocht en een voedselveilige productieruimte gebouwd voor de soja-productielijn. Het afscheid van de dieren was emotioneel voor de hele familie. “Je hebt opeens een lege stal. Mijn vader en moeder zeiden: “De ziel is uit het bedrijf”. Het was het einde van een tijdperk, maar het voelde voor ons als de juiste stap. Nu proberen wij weer een nieuwe ziel te brengen in het bedrijf met onze Nederlandse sojabonen.”

Het was emotioneel om definitief afscheid te nemen van de koeien.
Merk je een verandering in de natuur op en rondom jullie land sinds jullie over zijn op soja?
“We hebben het over 5 hectare grond in Twente, dus een radicale verandering zie je daarmee niet direct. Wel doen we goed werk voor de bodem door de omslag naar peulvruchten. De sojaplant valt onder de vlinderbloemigen, een type plant dat goed stikstof bindt in de bodem. We gebruiken geen bestrijdingsmiddelen bij de sojateelt in Twente. Daardoor hebben we al wat meer biodiversiteit dan met alleen gras en maïs, wat we verbouwden als veevoer.
Als akkerbouwer zorg je dat je meer verschillende gewassen hebt. Dat je elk jaar wisselt met het soort plant dat je verbouwt. Dat is goed voor je bodem. We proberen ook om altijd een bloemenstrook naast de soja te zaaien, voor de bijen en andere bestuivers.
Als je een goed akkerbouwbedrijf hebt, dan zorg je voor meer gewasrotatie en verschillende planten. Dat is goed voor de bodem.
De eiwithub van Twente

Het is nog maar een bescheiden begin, vinden de broers zelf. Wat is hun ultieme droom voor De Nieuwe Melkboer? “Het zou fantastisch zijn om een echte eiwithub in Twente te worden. Een bedrijf waar we een mooie variatie van peulvruchten en granen kunnen telen die je kunt gebruiken voor plantaardige zuivel en andere producten, maar waar we eventueel ook andere boeren kunnen helpen om peulvruchten in Twente te telen. Daarmee zouden we echt veel impact maken.”
Tom, wat zou je willen zeggen tegen andere boeren die de switch naar plantaardig willen maken, of dat juist niet durven? “Durf verder te kijken dan je huidige businessmodel. Bedenk goed waar je als boer veel energie van krijgt en probeer low key te beginnen met dit te implementeren op je huidige boerenerf. Het heeft bij ons 8 jaar lang geduurd voordat we het roer definitief hebben omgegooid. Daarmee voorkom je dat je gewoon maar doet wat de generatie voor je heeft gedaan. Omdat wij buiten de gebaande paden zijn gegaan, hebben we nu iets waar we velen malen trotser op zijn. Als boerenzoons en -dochters de ruimte krijgen om te kiezen wat ze zelf leuk vinden, dan zal het echt niet altijd dieren houden zijn. Dat weet ik zeker.”
Wist je dat je ook bij de Nieuwe Melkboer kunt overnachten?
Benieuwd hoe de omslag naar plantaardig er ‘op de grond’ uitziet? Je kunt de boerderij van Bart en Tom Grobben bezoeken en zelfs een nachtje blijven slapen bij De Nieuwe Melkweg.





