Minstens één derde van de mbo-scholen in Nederland zet stappen om te zorgen dat studenten en medewerkers meer plantaardig gaan eten. Dat blijkt uit onderzoek van ProVeg Nederland naar doelstellingen en maatregelen van mbo-instellingen om meer plantaardig eten onder studenten en medewerkers te bevorderen.
Gezonde en duurzame transitie
Een verschuiving naar meer plantaardige voeding wordt breed erkend als een noodzakelijke stap naar een meer gezonde en duurzame toekomst. Zo adviseert de Gezondheidsraad in te zetten op een verschuiving naar 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten. Op dit moment is de verhouding andersom: 57% van de eiwitten die de gemiddelde Nederlander eet is dierlijk. Ook onder studenten is er een groot draagvlak voor een verschuiving naar meer plantaardige voeding: onderzoek van Kieskompas laat zien dat 62% van mbo-studenten vindt dat we in Nederland meer plantaardig en minder dierlijk moeten eten.
Nederland telt bijna een half miljoen mbo-studenten. Dat betekent dat mbo’s een significante rol kunnen spelen in een verschuiving naar meer plantaardige voeding door heel Nederland. Veel mbo-instellingen sluiten zich aan bij de Sustainable Development Goals, maar daarbij kijken ze nog niet naar de impact van hun voedingsaanbod. Door in te zetten op meer plantaardig eten, en doelen en maatregelen hiervoor op te nemen in het duurzaamheidsbeleid, kunnen opleidingscentra bijdragen aan onder andere CO2-reductie en bewustwording van mbo-studenten van de gezonde en duurzame effecten van een plantaardig eetpatroon.
Kansen op de (arbeids)markt
De eiwittransitie leeft niet alleen in de kantine; ook binnen het curriculum biedt het kansen. Zo kunnen mbo’s inspelen op een veranderende arbeidsmarkt. Het ROC van Amsterdam biedt bijvoorbeeld opleidingen tot Plant-Based Chef of Vegan Patissier aan. Studenten leren hier niet alleen over plantaardige ingrediënten en kooktechnieken, maar ook over duurzaam ondernemerschap. Met succes: zo heeft Kidus Houwen, een van de studenten van de Plant-Based Chef opleiding, dit jaar brons gehaald op het NK Koken.
Het onderzoek van ProVeg laat zien dat hoewel een derde van de onderzochte mbo’s al maatregelen neemt om meer plantaardig voedsel op hun instellingen te stimuleren, slechts 4% dit opgenomen heeft in hun beleidsdoelstellingen. Voorbeelden van koplopers zijn het Koning Willem I College, dat inzet op een 80/20-verhouding van plantaardig tegenover dierlijk. Daarmee sluit het zich aan bij de visie van Dutch Cuisine. Ook Yuverta werkt samen met hun cateraar aan een plantaardig doel en streeft naar een verhouding van 60% plantaardig en 40% dierlijk.
Aanbevelingen voor meer plantaardig
ProVeg heeft in het rapport enkele aanbevelingen voor mbo’s om de mogelijkheden die de eiwittransitie te bieden heeft volledig te benutten.
Het stellen van een eiwit-doelstelling is een mooi startpunt om het belang van meer plantaardig eten een speerpunt te maken in duurzaamheidsbeleid. Om te weten of de genomen stappen ook echt impact maken is het belangrijk om voortgang hierin periodiek te meten. Mbo’s kunnen meteen beginnen met stappen waarvoor veel draagvlak is, zoals het vervangen van bepaalde dierlijke ingrediënten en het vergroten van het plantaardige aanbod. Ook hebben steeds meer cateraars het doel om hun plantaardige verkoop te vergroten – door samen op te trekken met deze cateraars vergroten mbo’s hun impact en hoef je het niet alleen te doen. Er zijn al tal van inspirerende initiatieven zoals MAP, BEET!, Greenplate en de Veggie Challenge. We raden dus vooral aan om gebruik te maken van de kennis die is opgedaan in deze projecten.
Het mbo kan door meer aandacht voor plantaardig eten niet alleen bijdragen aan een duurzamer Nederland, maar studenten ook voorbereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst.
Meer informatie en advies over hoe jouw instelling hiermee aan de slag kan? Neem contact op met ProVeg Nederland via [email protected].




