Van ovo-lacto tot vegan en raw: een rondleiding in het vega-wereldje
In Nederland alleen al noemen 750.000 mensen zichzelf vegetariër, rond de 4,5 procent van de bevolking. In een groep van twintig mensen zit dus waarschijnlijk minstens één vegetariër. Bij onze Belgische zuiderburen is ongeveer twee procent van de bevolking vegetariër. Daarnaast is er een snel groeiende groep die nog een stapje verder gaat. In Nederland wonen inmiddels zo’n 70.000 veganisten en in België nog eens ruim 30.000. Steeds meer mensen zien de voordelen van plantaardige voeding. Gaat het je nu al een beetje duizelen? Voor het gemak zetten we even de vega-terminologie op een rij.
De definitie van ‘vegetariër’ verschilt van persoon tot persoon. Algemeen kun je stellen dat een vegetariër iemand is met een voedingspatroon waarin hij of zij de consumptie vermijdt van producten waarvoor direct dieren gedood zijn. De meeste vegetariërs eten dus geen vlees, vis of schaaldieren. Ook andere dierlijke voedselproducten waarvoor het dier het leven moet laten worden meestal niet gebruikt. Zo eten veel vegetariërs geen gelatine (gemaakt uit beendermeel van geslachte dieren), geen kaas (bevat stremsel uit de maag van kalveren) en geen dierlijke kleurstoffen zoals cochenille (kleurstof van rode schildluizen).
De meerderheid van alle vegetariërs in Nederland en België gebruikt wel eieren en melk. Hoewel deze groep meestal wordt gezien als de typische huis-tuin-en-keuken vegetariërs, zijn zij volgens de terminologie eigenlijk ‘ovo-lacto vegetariërs’. ‘Ovo-’ is Latijn voor ‘ei’ en ‘lacto-’ betekent melk. Een vegetariër die wel nog melkproducten gebruikt maar geen eieren heet dus een ‘lacto-vegetariër’. De meeste Indiase vegetariërs vallen in deze categorie, want volgens het Hindoeïsme is melk wel vegetarisch, maar eieren niet. Wie ervoor kiest om naast vlees en vis ook melkproducten uit zijn of haar dieet te schrappen, maar wel nog eieren eet, is een ‘ovo-vegetariër’. Van een vegetariër zonder één van de deze voorvoegsels zou je verwachten dat hij of zij helemaal geen dierlijke producten eet. Toch is er voor deze categorie een nieuwe naam bedacht: de veganist.
Flexitarisme/flexanisme
Ruim tweederde van de Nederlanders valt onder de noemer flexitariër. Dat hebben ze zelf niet altijd door. Een flexitariër is iemand die één of meer dagen per week geen vlees, vis of vleeswaren eet. Een veganist die een paar keer per jaar iets dierlijks eet wordt ook wel een flexanist genoemd. Voor veel mensen is deze ‘flexibele’ periode een manier om geleidelijk van omnivoor naar vegetariër of van vegetariër naar veganist te groeien. Voor anderen is het een pragmatische manier om met hun idealen om te gaan.



Geef het beestje een naam
Termen als ‘flexitariër’ en ‘veganist’ zijn handig om het beestje bij een naampje te kunnen noemen: je ziet als veganist in een restaurant immers liever geen vis per ongeluk op je bord. Maar ze hoeven geen in steen gebeitelde geboden te zijn waarmee gelijkgestemden met verschil van mening elkaar om de oren slaan. Iedereen, van flexitariër tot fruitariër, maakt een bewuste keuze in wat hij wel en niet eet vanuit de overtuiging dat zijn dieet beter is voor de wereld en voor hemzelf. Er zijn nog talloze andere keuzes mogelijk. Neem bijvoorbeeld Mark Bittman, de bekende voedselcolumnist van de New York Times. Hij noemt zichzelf een vegan before six. Tot zes uur ‘s avonds laat hij al het dierlijks staan, om zijn strakke discipline in de avonduren los te laten. Of neem de zogenaamde freegans. Die eten geen dierlijke producten, tenzij het om eten gaat dat anders weg zou worden gegooid. Er is geen goed of fout: er zijn allerlei manieren waarop mensen de vega way of life inpassen in hun eigen dagelijks leven. Jij kiest zelf waar jij je het beste bij voelt. Bron: De VegarevolutieWil jij meer weten over de vega lifestyle?
Sluit je aan bij ProVeg en krijg het boek De Vegarevolutie GRATIS als welkomstgeschenk!




